Levensloopregeling

Met een levensloopregeling kunnen werknemers een deel van hun brutosalaris sparen. Dit met de levensloopregeling gespaarde geld kan worden gebruikt voor een periode van onbetaald verlof of voor het repareren van een pensioenbreuk. De reden waarom verlof wordt opgenomen is niet belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld als een werknemer een opleiding wil volgen of moet zorgen voor een ernstig zieke ouder, maar ook als iemand eerder wil stoppen met werken.

Hoeveel mag je bij de levensloopregeling sparen?

Per jaar kan een werknemer met de levensloopregeling maximaal 12% van zijn brutoloon sparen tot een totaal van 210%. Als het spaarmaximum is bereikt mag de werknemer niet meer bijstorten, maar kan het totale tegoed door de rente die je krijgt wel blijven groeien.

Hoe kun je een levensloopregeling starten?

Als je wilt meedoen aan de levensloopregeling dan dien je dit aan te geven bij je werkgever. In tegenstelling tot de spaarloonregeling kun je op elk moment van het jaar bij een levensloopregeling instappen.

Je mag niet deelnemen aan de levensloopregeling als je al gebruikmaakt van de spaarloonregeling. Je werkgever heeft drie maanden de tijd om je verzoek tot een levensloopregeling in te willigen. Als je wilt sparen in de levensloopregeling mag je werkgever dit niet weigeren. Werkgevers kunnen een financiële bijdrage leveren aan de levensloopregeling van hun werknemers, maar dit is niet verplicht.

 

Naast de levensloopregeling bestaat er nog een andere werknemersspaarregeling; de spaarloonregeling.

Vacatures zoeken

Op zoek naar een baan?

Wacht niet langer en ga vandaag nog op zoek!









Blijf op de hoogte